Overzicht

In verschillende van zijn essays uit de eerste decennia van de negentiende eeuw gebruikte Goethe het concept van Weltliteratur om de internationale verspreiding en receptie van literaire werken in Europa te beschrijven, inclusief werken van niet-westerse oorsprong. Het concept werd populair nadat zijn leerling Johann Peter Eckermann in 1835 een verzameling gesprekken met Goethe publiceerde. Goethe sprak met Eckermann over de opwinding die hij ervoer bij het lezen van Chinese romans en Perzische en Servische poëzie, en over zijn fascinatie om te zien hoe zijn eigen werken in het buitenland werden vertaald en besproken, vooral in Frankrijk. Hij legde in januari 1827 een beroemde verklaring af en voorspelde dat wereldliteratuur in de toekomst de nationale literatuur zou vervangen als de belangrijkste vorm van literaire creativiteit:


"Ik ben er steeds meer van overtuigd dat poëzie het universele bezit van de mensheid is, die zich overal en altijd openbaart in honderden en honderden mannen. ... Ik kijk daarom graag om me heen in het buitenland en raad iedereen aan hetzelfde te doen. Nationale literatuur is nu een nogal onbetekenende term; het tijdperk van de wereldliteratuur is nabij, en iedereen zou ernaar moeten streven om haar komst te versnellen."


Karl Marx en Friedrich Engels zagen wereldliteratuur als een proces van handel en uitwisseling en gebruikten de term in hun Communistisch Manifest (1848) om het "kosmopolitische karakter" van de burgerlijke literaire productie te beschrijven:


"In plaats van de oude behoeften, die worden voorzien door de eigen productie van het land, vinden we nieuwe behoeften, die voor hun bevrediging de producten van verre landen en klimaten vereisen. En dit geldt zowel voor de materiële als intellectuele productie. De intellectuele creaties van individuele naties worden gemeenschappelijk eigendom. Nationale eenzijdigheid en bekrompenheid worden steeds onmogelijker en uit de talrijke nationale en lokale literaturen ontstaat één wereldliteratuur."


De literatuurwetenschapper Martin Puchner merkte op dat Goethe een scherp proscopisch gevoel voor wereldliteratuur had, die gedreven zou worden door een nieuwe wereldmarkt voor literatuur. Marx en Engels zochten in 1848 naar deze marktgerichte benadering via hun 'Manifesto', dat in vier talen werd gepubliceerd en over verschillende Europese landen werd verspreid, en dat sindsdien een van de meest invloedrijke teksten van de twintigste eeuw is geworden. Terwijl Marx en Engels Goethe volgden bij het beschouwen van wereldliteratuur als een modern of toekomstig fenomeen, betoogde de Ierse geleerde H. M. Posnett in 1886 dat wereldliteratuur voor het eerst ontstond in oude rijken, zoals het Romeinse rijk, lang vóór de opkomst van de moderne nationale literatuur. Tegenwoordig omvat wereldliteratuur klassieke werken uit alle periodes, inclusief hedendaagse literatuur die is geschreven voor een wereldwijd publiek.

In de naoorlogse tijd werd de studie van vergelijkende en wereldliteratuur in de Verenigde Staten nieuw leven ingeblazen. Vergelijkende (=comparatieve) literatuur werd gezien op graduaat (bachelor)niveau, terwijl wereldliteratuur werd gegeven als een eerstejaars algemene cursus. De focus bleef grotendeels op de Griekse en Romeinse klassiekers en de literatuur van grote, moderne West-Europese machten, maar een combinatie van factoren eind jaren tachtig en begin jaren negentig leidde tot een verruiming van de blik op de rest van de wereld. Met name het einde van de Koude Oorlog, de toenemende globalisering van de wereldeconomie en nieuwe immigratiegolven uit vele delen van de wereld leidden tot verschillende pogingen om de studie van wereldliteratuur uit te breiden. Deze verandering wordt geïllustreerd door de uitbreiding van 'The Norton Anthology of World Masterpieces', waarvan de eerste editie in 1956 alleen West-Europese en Noord-Amerikaanse werken bevatte, terwijl een nieuwe "uitgebreide editie" in 1995 ook niet-westerse selecties bevatte. In grote anthologieën zoals die van Longman, Bedford en Norton, worden nu honderden auteurs uit niet-westerse landen opgenomen.

 

Hedendaagse inzichten

De explosieve groei van het aantal culturen dat onder de noemer van de wereldliteratuur is bestudeerd, heeft geleid tot een verscheidenheid aan theoretische pogingen om het veld te definiëren en effectieve methoden van onderzoek en onderwijs voor te stellen. In zijn boek 'What is World Literature?' uit 2003 stelt David Damrosch dat de studie van wereldliteratuur minder gericht moet zijn op een enorme verzameling werken en meer op de circulatie en receptie van die werken. Hij stelde eveneens dat werken die het goed doen als wereldliteratuur, meer betekenis krijgen dankzij de vertaling: zij winnen als het ware iets in plaats van dat zij verliezen bij vertaling doordat de lezer uit een andere cultuurkring het boek zal lezen vanuit een andere perceptie. Terwijl de benadering van Damrosch gebonden blijft aan het nauwkeurig lezen van individuele werken, was de Stanford-criticus Franco Moretti een andere mening toegedaan. In enkele artikelen die verschenen in  "Conjectures on World Literature" stelt Moretti dat de omvang van de wereldliteratuur groter is dan wat kan worden begrepen door traditionele methoden van 'close reading'. In plaats daarvan pleit hij voor een manier van 'lezen op afstand' ("distant reading") die naar grootschalige patronen zou kijken zoals die te onderscheiden zijn aan de hand van publicatiegegevens en nationale literaire geschiedenissen.


Moretti's benadering combineerde elementen van de evolutietheorie met de analyse van wereldsystemen die was ontwikkeld door Immanuel Wallerstein, een benadering die sindsdien verder is besproken door Emily Apter in haar invloedrijke boek 'The Translation Zone'. Gerelateerd aan hun benadering van wereldsystemen is het werk van de Franse criticus Pascale Casanova, 'La République mondiale des lettres' (1999). Voortbouwend op de theorieën over culturele productie ontwikkeld door de socioloog Pierre Bourdieu, onderzoekt Casanova de manieren waarop de werken van perifere schrijvers moeten circuleren in grootstedelijke centra om erkenning als wereldliteratuur te kunnen krijgen.

De bekende Oostenrijkse literatuurcriticus Sigrid Löffler geeft de term in haar in 2013 gepubliceerde "Die neue Weltliteratur und ihre großen Erzähler" een ​​geheel nieuwe betekenis. Op de Leipziger Buchmesse 2014 legde ze uit dat wereldliteratuur niet langer in goethiaanse zin moet worden begrepen als grote literatuur of kunstwerken in de wereld. Wereldliteratuur is volgens haar literatuur die niet uit het Westen, Europa, Noord- en Zuid-Amerika komt, maar uit alle landen die literair al veel te lang buiten beeld zijn gebleven, en waarvan de creativiteit nu letterlijk is geëxplodeerd. Voor Sigrid Löffler is wereldliteratuur globale literatuur, eigentijdse, authentieke, geloofwaardige literatuur van frisse nieuwe stemmen die echte verhalen te vertellen hebben. Postnationale literatuur, migratieliteratuur, geschreven door 'pendelaars tussen culturen', vluchtelingen en afstammelingen van voormalige koloniën. Deze auteurs treden op als vertalers (vertolkers, bemiddelaars) tussen onze wereld en wat ons vreemd is. Wereldliteratuur treedt hier op als spiegel voor diepmenselijke ervaringen die ondanks grote culturele verschillen door iedereen kunnen worden gedeeld.

Het veld van de wereldliteratuur blijft debat genereren, met critici als Gayatri Chakravorty Spivak die betogen dat de studie van wereldliteratuur in vertaling te vaak zowel de taalkundige rijkdom van het origineel als de zeggingskracht ervan te zeer verzwakt. Andere onderzoekers benadrukken daarentegen dat wereldliteratuur kan en moet worden bestudeerd met veel aandacht voor de oorspronkelijke talen en contexten, ook al krijgen werken in het buitenland nieuwe dimensies en nieuwe betekenissen. Series boeken over 'wereldliteratuur' worden nu gepubliceerd in landen als China en Estland. Sinds het midden van het eerste decennium van de 21e eeuw heeft een gestage stroom van werken materiaal opgeleverd voor de studie van de geschiedenis van de wereldliteratuur, hierdoor telkens nieuwe debatten aanwakkerend.

 

Hedendaagse wereldliteratuur

Momenteel worden er zonder twijfel ook teksten geschreven die binnen enkele eeuwen het lezen waard blijven en die dan tot de klassiekers van de wereldliteratuur worden gerekend. Het is echter onmogelijk in te schatten welke teksten dat zullen zijn, omdat een goede beoordeling een zekere afstand in tijd vereist. Dit belet hedendaagse literaire critici natuurijk niet om goede nieuwe boeken de titels "moderne klassiekers" of "reeds een klassieker van de wereldliteratuur" te verlenen. De bestsellers van vandaag van een Ken Follet, Dan Brown, Joanne K. Rowling of Isabel Allende bieden opwinding en vermaak in de hedendaagse literatuur, net zoals de werken van William Shakespeare en Goethe dat in hun tijd deden. Alleen de tijd zal uitwijzen of hun boeken in de verre toekomst met evenveel erkenning zullen worden gelezen en de status van klassieker van de wereldliteratuur zullen verwerven. 

Johann Peter Eckermann 

Karl Marx

 

"As we enter the twenty-first century, our understanding of “world literature” has expanded beyond the classic canon of European masterpieces and entered a far-reaching inquiry into the variety of the world’s literary cultures and their distinctive reflections and refractions of the political, economic, and religious forces sweeping the globe..." 

(The Institute for World Literature)